zondag 6 november 2011

Zen en de kunst van het masseren

Zit Meditatie - Za Zen
Al diverse malen volgde ik een cursus Zen-meditatie (za-zen). Literatuur over dit onderwerp doornemend kwam ik het volgende tegen: ‘Zen, intuïtie en kunst’. De associatie die ik had was die met de massage. Met massage bedoel ik dan de meer intuïtieve, oosters georiënteerde vormen zoals Tuina, Ayurveda, Shiatsu etc., en niet de bindweefselmassage of dwarse fricties.

Tijdens mijn lessen in de Tuina vertelde mijn ‘meester’ Dr. Li Jie al dat het belangrijk is, dat de therapeut zelf gezond is. Dat doet een Tuinatherapeut door iedere morgen zijn taichi- of chigong oefeningen te doen. Deze oefeningen zorgen ervoor dat blokkades van Qi en bloed worden opgeheven. In gewoon Nederlands: ‘spieren en gewrichten zijn daardoor soepel en de geest opgeruimd’. Zijn er nog ergens blokkades( pijntjes), dan ben je niet instaat om vrijuit te handelen. Je moet mentaal en fysiek fris aan de start staan.

In Zen proberen we ons te bevrijden van dogma’s. Proberen we geen visie op te leggen. ‘Egocentrische verlangens, materiele genoegens belasten het hart’. Men probeert dus allereerst zijn hart tot rust te brengen en leeg te maken. In de Traditionele Chinese geneeskunde is het hart de drager van het bloed. Het bloed is de drager van de Shen. De Shen (= ziel/geest) beheerst alle emoties en gevoelens van en in het lichaam.
In de (zen)schilderkunst poogt men deze staat van zijn te bereiken voordat men ook maar een streek op papier zet. De schilder probeert de geest te bevrijden van bezorgdheden, om zo de stroom van oncontroleerbare gedachten te stoppen. Twijfel en angsten vormen immers een beletsel voor de harmonie tussen hand, geest en ziel. Bevrijd kan de zen-schilder zich ten volle concentreren op zijn techniek; de vorm van de penseelstreek, de druk op het papier, de nuances in het patroon etc. Voordat hij begint legt de zen-schilder een relatie met het object dat hij gaat schilderen. Hij wordt er één mee.  “Voordat je bamboe schildert, groeit er een binnenin je.

Dezelfde principes hanteert men bij het boogschieten in de klassieke Japanse traditie.
Bij het spannen van de boog dienen alleen de spieren van de handen te worden gebruikt, de rest blijft ontspannen. De ademhaling dient gereguleerd te worden. De lucht wordt snel ingeademd, een tijdje vastgehouden en dan traag en geleidelijk uitgeademd.
Om te schieten moet men de vingers openen. De hand mag niet opzettelijk geopend worden. Alvorens te schieten moet men los van zichzelf komen. Ik-loos worden. Uiteindelijk moet het schot vanzelf vallen. ‘Het schiet’.Het is alsof een bamboeblad, naar beneden gedrukt door het gewicht van de sneeuw, plotseling omhoog veert als de sneeuw er afglijdt zonder dat het blad bewogen heeft.

Zen en de kunst van het masseren
Voordat de masseur begint dient hij/zij vrij te zijn van negatieve emoties, verwijtende gedachten, misleidingen of verwachtingen. Het hart dient ontvankelijk en open te zijn.
Bij een behandeling is er geen ruimte voor de eigen problematiek. Deze staat een goede communicatie in de weg. Verder dient de masseur vrij te zijn van stress of haast gevoelens. Hoe kan men immers de problemen van de cliënt aanhoren als de eigen problemen niet zijn opgelost? De therapeut of masseur dient tevens vrij te zijn van lichamelijke klachten.

De totale controle over het eigen handelen kan alleen als men vrij is van ongemakken, zodat de masseur zijn handelen bewust kan aansturen. Vooraf en tijdens dient te worden nagedacht o.a. over het doel van de behandeling/massage naast techniek, snelheid, druk, keuze van punten etc. Ook is van belang dat men de toestand waarin de patiënt zich verkeerd kan invoelen.
Negatieve verwachtingen uit het verleden kunnen de behandeling negatief beïnvloeden. Verwachtingen naar de uitkomst van welke therapie dan ook is niet wenselijk. De patiënt geneest op ‘zijn/haar’ tijd. Niet wanneer het jou uitkomt.
Volledig in het ‘nu’ verkeren, zonder hinder van verleden of toekomst houdt de geest open.
Vanuit kalmte en innerlijke stilte is de masseur in staat tot vrij waarnemen.
Boeddha gaf al aan dat het juiste denken en de juiste emotie begint met het juiste zien.

Los van deze aspecten is het voor de masseur (en verder in elk ander beroep) belangrijk om het begrip ‘Te’ (deugd, liefde, innerlijke kracht) in het achterhoofd te houden. Dit begrip komt uit het boek de ‘Tao Te Jing’ (het boek van de weg en de deugd). In de artikelen Buming I + II op dit weblog kun je hier meer over vinden.


Het Chinese karakter "Te"

Links zie je de standvastige mens, als een rechtopstaande draadnagel.
Rechts onder: het hart, dat bij alles betrokken moet zijn. Staat hier voor liefde,vreugde, emoties.
Daarboven het hoofd, m.n. de zintuigen de ogen, de ratio.

Dus het hoofd en het hart dienen betrokken te zijn, het verstand en het gevoel. En als je het doet moet je daar ook voor gaan (standvastigheid).

Erwin van Putten, november 2011