maandag 5 maart 2012

Chinese sage over de Vijf Oude Geesten en de geboorte van Lao Tse

Voordat hemel en aarde van elkaar werden gescheiden, was er één grote, nevelachtige bol, chaos genoemd. In die tijd ontstonden de Vijf Oude Geesten, waarvan de eerste de Gele wordt genoemd, deze heerste over de aarde. De tweede, de Rode genaamd, was de meester van het vuur. De derde, de Donkere, heerste over het water, de vierde, de Groene, over het hout en de vijfde was de Moeder en Meesteres van het metaal.
De vijf geesten lieten door hun kracht het water en de aarde naar beneden dalen en verhieven de hemel erboven. Zij lieten het water in rivieren, meren en zeeën vloeien en wijde vlakten en bergen naar boven rijzen. Uit de wolken lieten zij regen en dauw op de aarde neerdalen en aan de hemel plaatsten zij de zon, de maan en een menigte sterren. Door de kracht van licht en water ontstonden eerst grassoorten, planten en bomen, daarna slangen en schorpioenen, schildpadden en vissen, vogels en viervoetige dieren. De Meester van het hout en de Moeder van het metaal schiepen tenslotte het menselijk geslacht van mannen en vrouwen.
In het Jadepaleis leefde een vorst die door langdurige oefening bedreven was in de kunst der magie. De Vijf Oude Geesten stelden hem aan om als hoogste god over de aarde te heersen. Hij was een machtig vorst, want hij woonde boven de drieëndertig hemelen en regeerde over de achtentwintig huizen van de maan, over de god van de donder en de god van de Grote Beer. Ook de demonen die dood en verderf kunnen brengen en de goden van de onderwereld stonden in zijn dienst. Al deze goden hielpen de Jade Keizer, die in de hemel in zijn paleis van wit nefriet met poorten van goud woonde, om gedurende duizend geslachten te heersen over leven en dood, geluk en ongeluk, vreugde en leed.

Nadat hun werk voltooid was, trokken de Vijf Geesten zich terug om verder in absolute afzondering en heiligheid te leven. De Donkere Geest trok zich terug in het noorden in een paleis van waterkristal. In latere tijd zond hij Koeng Foet-Se (Confucius) naar de aarde om de mensen wijsheid te leren en daardoor de innerlijke vrede te verkrijgen. Daarom wordt deze wijsgeer ook wel ‘de zoon van het kristal’ genoemd. De meester van het hout woont in het oosten en wordt vereerd als de Groene Heerser. Als god van het voorjaar en van de liefde, zorgt hij voor het ontstaan en de voortplanting van alle schepselen.

De Moeder van het metaal wordt de Koningin van het Westen genoemd, want hier woont zij en hier leidt zij de dans van de feeën en luistert zij naar de muziek van de Onsterfelijken, muziek die nog door geen aardse sterveling is gehoord. De Gele Heerser heeft geen vaste woonplaats. Hij zwerft over de aarde om iedereen te helpen die in nood verkeert of gebrek lijdt. Hij heeft de mensen de kunsten en de ambachten geleerd, maar zich later teruggetrokken op de etherberg om de zin van het leven te doorvorsen. Tijdens de Tsjoe-dynastieën werd hij herboren als Li Oerl. Zijn moeder was eenentachtig jaar zwanger voor zij hem ter wereld bracht. Bij zijn geboorte waren zijn haar en baard volkomen wit, vandaar dat hij Lao-tse (oud kind) werd genoemd. Hij verkondigde zijn leer aan de wereld en schreef deze op in het boek Tao-te Tsing.
Bron: Chinese sagen en verhalen, M.A. Prick van Wely