donderdag 4 december 2014

Scutellaria – glidkruid: de gele plant uit het zoutmoeras

Scutellaria Baicalensis - Huang Qin
Er zijn verschillende soorten glidkruid. De Westerse kruidengeneeskunde gebruikt men meestal het Amerikaanse glidkruid, scutellaria laterifolia. In de Chinese kruidengeneeskunde wordt de uit Siberië afkomstige variant Scutellaria Baicalensis toegepast. Het komt veelvuldig voor aan de oevers van het Baikalmeer.

De Chinese naam voor dit kruid ‘Huang Qin’ kan vertaald worden als ‘de gele plant uit het zoutmoeras’. Dit verwijst naar de groeiplaats van het kruid. ‘Huang’ betekent ‘geel’ en refereert aan de gele wortel van de plant, het deel dat gebruikt wordt in de Chinese kruidengeneeskunde. De wortel is zeer bitter, droog en koud. Dit maakt het geschikt voor de behandeling van aandoeningen die te maken hebben met ‘vocht’ en ‘hitte’. Je kunt hierbij denken aan koorts, hooikoorts en hoest met dik, geel slijm en aan diarree, maar ook aan geïrriteerdheid, hoofdpijn, rode brandende ogen en een bittere smaak in de mond.


Chinese kruiden worden zelden op zichzelf gebruikt, maar meestal als ‘formule’, d.w.z. in combinatie met andere kruiden. Scutellaria komt voor in een kruidenformule met de naam “Huang Qin tan”. Het is een zeer oud recept tegen gastro-intestinale (maag-darm) problemen en bestaat naast scutellaria uit extracten van pioenroos, zoethout en Chinese dadel. Moderne wetenschappelijk onderzoek zou hebben aangetoond dat deze combinatie de bijwerkingen van chemotherapie tegengaat.